DE
GESCHIEDENIS VAN HARLINGEN
in
fragmenten: 5
De
Michaelkerk bezette een centrale plaats in de “vlek” (groot dorp)
Almenum. Het eiland was niet ommuurd en, vooral over water, goed
toegankelijk. In de lokale historische traditie worden de plaatsnamen
Harlingen en Harns verklaard uit de twee rivaliserende families met
die namen. De familie Harlinga zou zelfs een state (versterkte
woning, boerderij) hebben bewoond op Almenum.
Van
aanwezigheid betreffende beide families is geen historisch bewijs
gevonden en ook aanwijzingen voor een heuse state, zijn er niet. De
naam “Herlinghe” treffen we voor het eerst in de 12e eeuw aan.
Opgeschreven in een Deens passageboek, dat gegevens van passerende
schepen door de Sont, op weg naar de Oostzee, bevatte.
Een
andere uitleg voor de plaatsnaam Harlingen, zou zijn “Harald
linggi”, toebehorend aan Harald. Deze Noorse naam verwijst naar de
Viking-aanvoerder Harald, die in de 9e eeuw door de kerkvorsten van
Almenum werd ingehuurd om Almenum, de Michaelkerk en de bijzondere
relikwieën van deze kerk te beschermen. Zij vestigden zich enkele
honderden meters ten westen van Almenum op een eiland tegenover de
monding van de Voor, ter hoogte van wat nu de “Grote Brede Plaats”
heet. Dit eiland groeide uit tot het latere (2e) Blokhuys. Een
dwangburcht voor bezettende machten (Vikingen, Duitsers en
Spanjaarden). Eind 16e eeuw maakte het deel uit van de vesting
Harlingen. Almenum werd van Philips II gekocht om de vestingmuren
compleet te maken.
Almenum
zou “begroeide hoogte” betekenen. Een verwijzing naar het met
heilige bomen begroeide heiligdom van de heidense Friezen. Gustav
Forteman kapte, in opdracht van Karel de Grote, de bomen en bouwde
van het hout de eerste St. Michaelkerk (777).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten